Liefde

Coosje ligt op de grond naast ons, ze kijkt met ons naar Formule 1. Mijn middelste ligt op de bank en buigt af en toe voorover om haar te knuffelen. Ik kijk ervan op, voorheen gromde en blafte ze vaak naar hem en ineens zijn ze de beste maatjes. Elke keer als hij stopt met aaien kijkt ze omhoog en vraagt ze om meer knuffels. Zodra ze zijn hand op haar hoofd voelt knijpt ze haar ogen dicht. Ik zie haar genieten. Wat een mooi plaatje zeg, zoveel liefde ineens tussen die twee. Hoe is het mogelijk?

Daar waar ik nog wanhopig dacht dat het niet goed zou komen, ze blafte steeds erger en gromde naar hem, zijn ze nu ineens de beste maatjes lijkt het.

Bij de oudste gaat het helemaal niet goed, ze is dan zo angstig, helemaal in de stress lijkt het. Hij is bang als hij beneden komt, want ze is dan een hele andere hond. Niet meer de lieve schattige Coosje die ze op andere momenten is. Hoe meer zij blaft en gromt hoe banger hij wordt. Een lastige situatie die echt doorbroken moet worden. Hij wil echt zijn best doen voor haar, maar hij voelt het niet. Hij doet zijn best omdat wij zeggen dat ze dat nodig heeft maar hij voelt het niet. Hij voelt niet dat ze in haar hart een hele lieve hond is. Daarom is hij bang voor haar. Hij moet leuk doen, maar wil dat helemaal niet, dat voelt zij natuurlijk.

Ik observeer Coosje een tijdje en ga bij haar zitten. Ze is zo blij, ze houdt zo ontzettend veel van knuffelen. Ze likt mijn handen en kruipt tegen me aan. Ik geef haar liefde en genegenheid. Ik kan dat ook echt geven want het komt echt van binnen uit, net als bij mijn middelste zoon. Hij zei steeds al dat ze heel lief was, maar hij kon ineens niet echt meer dichterbij komen op momenten omdat ze dan zo gromde. Toch voelde hij dat ze van binnen heel lief is. Hij liet zich niet om de tuin leiden door haar, maar voelde haar goedheid.

Ineens begrijp ik het probleem. Coosje heeft geproefd van de liefde, ze weet nu hoe fijn het is om veel liefde te krijgen. Ze wentelt zich erin en geeft zich er helemaal aan over. Ze neemt geen genoegen meer met minder, dit is wat ze wil, alleen daarvoor doet ze het nog. Op het moment dat iemand haar minder liefde geeft, raakt ze in de stress. Heeft ze het gevoel dat diegene haar niet leuk vind, wordt ze onzeker en uit ze dat in grommen en blaffen. Ze weet niet hoe ze hier anders mee om moet gaan, ze begrijpt niet dat sommige mensen je gewoon wat minder liefde geven, dat je op die momenten eigenlijk gewoon kan uitrusten dat weet ze niet. Ze wil van iedereen die grote hoeveelheid liefde.

Ineens leg ik een link met mezelf. Ik heb ontzettend veel liefde gekregen thuis als kind. Ik nam niet meer met minder genoegen, wist dat dit mogelijk was dus wilde ik altijd dat. Ik wilde altijd die grote hoeveelheid liefde, van iedereen, in mijn relaties, werk en vriendschappen maar ook als persoon. Ik wilde van mezelf ook altijd die grote hoeveelheid liefde voor mezelf. Ik moest mezelf altijd leuk vinden.

Zodra ik een minder goede dag had of iets stoms deed raakte ik in een soort paniek. Wist ik niet meer wat ik met mezelf aan moest, voelde ik me rot. Eigenlijk wilde ik mezelf de hele tijd leuk vinden en alles goed doen, maar dat kan natuurlijk helemaal niet. Het kan nooit zo zijn dat ik altijd leuk ben en alles goed doe. Ik trok het me aan als ik commentaar kreeg over mijn huishouden of als ik de vaatwasser weer eens niet goed had ingeruimd of dat ik weer eens iets omgooide. Waarom trok ik me dat aan? Wat zou mij dat moeten boeien, ik heb weer andere kwaliteiten waar ik mijn energie in stop, ik kan nu eenmaal niet overal goed in zijn. Dat zou toch doodvermoeiend zijn om alles goed te kunnen. Ik ben geen superwoman, gelukkig niet zeg. Ik kan het steeds beter hebben, kan nu denken, nou en? Mijn schouders erover ophalen en doorgaan met mijn leven. Het interesseert me nu minder omdat ik denk ach, ik kan nou eenmaal niet overal goed in zijn. Ik rust lekker uit op die momenten. Als jij je er zo aan ergert, dan doe jij het toch lekker.

Nu pas begrijp ik dat. Zo vreemd want in mijn werk kan ik dit prima, vind ik dat totaal geen probleem. Accepteer ik dat ik met sommige kinderen en ouders gewoon minder een band heb. Dat ik dan gewoon wat meer afstand houd en wat formeler ben. Zo is dat nu eenmaal. Ik vind het dan best even lekker, want de hele dag alleen maar leuke mensen en kinderen en zoveel liefde geven, dat is veel te veel voor me. Ik rust uit bij de kinderen waar ik minder van mezelf geef.

Ook in mijn relatie ben ik daarin gegroeid. In het begin wilde ik veel liefde en kreeg dit ook. Ik had veel bevestiging nodig en gaf ook veel bevestiging. Door samen te groeien heb ik geleerd dat we elkaar echt niet 24 uur per dag helemaal leuk vinden. Dat we op sommige momenten elkaar even minder leuk vinden, graag even op onszelf zijn, maar dat betekent niet dat er in het grote geheel iets veranderd. Helemaal niet. Ik vind het ook heerlijk om soms gewoon even lekker op mezelf te zijn en niet de hele tijd liefde te geven. Ik vind het doodvermoeiend om de hele dag liefde te geven en lief te zijn. Niet te doen gewoon. In mijn eerdere relaties ging het hier blijkbaar mis. Wilde ik dag in dag uit altijd veel liefde krijgen en geven. Niemand houd dit vol, ik ook niet. Dat is denk ik de reden dat het steeds mis ging, groeiden er niet samen in verder.

Als persoon ben ik daarin niet genoeg gegroeid blijkbaar. Ik verwachtte van mezelf dat ik mezelf altijd leuk moest vinden, ook op dagen dat ik me gewoon niet leuk voelde. In plaats van uit te rusten bleef ik mezelf maar eisen dat ik mezelf liefde moest geven, leuk moest vinden. Ik was veel te streng voor mezelf, raakte daardoor opgebrand omdat al mijn energie daarnaartoe ging. Ik raakte doodmoe omdat ik mezelf maar leuk moest vinden 24 uur per dag. Op momenten dat ik niet leuk was werd ik boos op mezelf. In plaats van gewoon even lekker uit te rusten en te denken ach, dan vind ik mezelf vandaag maar even minder leuk, lekker rustig, moest ik mezelf leuk vinden.

Ik ben daar op één of andere manier niet in gegroeid. Waarom? Ik heb geen idee. Ik heb de andere kanten van mezelf teveel voorrang gegeven. Daar stond ik mezelf toe om te groeien. Ik deed niks wat voor mij als persoon goed was, maar meestal alleen wat voor een ander goed was. Ik had geen hobby’s en nam geen tijd voor mezelf om mezelf te laten groeien.

Ik zie nu in dat Coosje deze strijd aan het leveren is met zichzelf. Dat zij dit ook zal moeten leren dat niet iedereen evenveel liefde geeft. Dat het juist goed voor haar is dat wij haar niet allemaal evenveel liefde geven. Misschien niet leuk om te zien, maar ik begrijp het nu wel. Mijn oudste zoon en Coosje hebben beide een les te leren. Mijn zoon qua voelen, daar zitten bij hem blokkades, hij neemt geen tijd om daarbij stil te staan, tijd ervoor te nemen. Bij Coosje dat niet iedereen evenveel liefde geeft. Ik begrijp nu dat ik hier verder niets aan kan doen behalve dat ik geduld heb en vertrouwen dat het goed komt. Dat dit eigenlijk misschien een zegen is dat zij elkaar deze les leren. Ik kan alleen maar doen wat ik nu doe, me er niet mee bemoeien maar het accepteren dat het zo is. Ze zullen beide zelf tot inzicht moeten komen, willen leren van elkaar. Ik ze een beetje richting geven door ze af en toe samen naar buiten te sturen. Het lot een klein duwtje geven zodat ze wel moeten. Ze op elkaar aangewezen zijn en geen keus hebben en dan zich eraan overgeven. Misschien leert mijn zoon dan dat hij op die momenten even lekker zijn hoofd leeg kan maken door buiten te zijn. Leert Coosje dan dat het ook heerlijk is om even bij iemand te zijn die verder niet echt iets van haar wil. Dat ze dan even lekker uit kan rusten op die momenten. Ik kan daar verder weinig aan doen, dit is iets wat zij zelf uit zullen moeten zoeken. Geeft mij ook meteen rust voel ik. Ik hoef dit niet op te lossen, ik kan alleen maar met geduld en vertrouwen naar de toekomst kijken en rustig afwachten.

Eigenlijk is dit wat ik altijd gevoeld heb, maar niet duidelijk kon krijgen. Ik kreeg de woorden niet in mijn hoofd om het mezelf uit te leggen. Liet alles weer overschaduwen door paniek. Door er nu aandacht aan te geven en te connecten met Coosje is het me ineens duidelijk geworden. Door gewoon bij haar te liggen een hele tijd en het gewoon over me heen te laten komen, niet te graag te willen, zat het ineens na een tijd in mijn hoofd. Nu ik het opschrijf klinkt het allemaal ineens zo logisch. Het leven is helemaal niet zo moeilijk, ik denk alleen te moeilijk, voor de zoveelste keer.

Ik hoop snel weer dan het werk te kunnen, dan moeten ze wel Coosje uitlaten. Dan is er geen andere mogelijkheid. Voor iedereen beter..

Volg mij ook op instagram: ilovemyburnout