Coosje

Daar is ze dan. Zo lang naar uitgekeken en nu is ze er. We staan op Schiphol. Vol verlangen te wachten tot ze er is. En dan ja! Daar is ze! Blijdschap. Ze staat te trillen op haar benen. Maar gelukkig gaat dat snel over en loopt ze rustig met ons mee.

Thuis eerst naar buiten. Ze doet niks. Geen plasje. Niks. Oké dan gaan we maar weer naar binnen. Binnen doet ze gelijk ( op het kleed) een plasje. We laten haar snel de tuin in. Ach ik snap het zo. Het is ook allemaal wat. Alles is nieuw. Logisch dat ze het buiten niet durft.. ach die schat. Ik zie overal haren. Ik voel irritatie omhoog komen. Was dit wel een goed idee een hond? Overal haren. Pffff jeetje. Ik slik het in. Kom op niet aanstellen. Je wilde een hond. Nu moet je het er mee doen ook en niet gaan zeuren.

Ik kijk naar haar. Ik vind haar lief. Maar ik voel eigenlijk niet echt iets. Ik denk Naja als de kinderen haar maar leuk vinden. Dan hou ik me maar op de achtergrond. Ga ik wel elke dag stofzuigen en uitlaten als het moet. Ik heb een beetje spijt. Ik slik het weg. Laat haar haar bedje zien en ga zelf naar bed. Het is laat. Ik slaap snel.

Vanmorgen staat ze bij de deur te wachten. Ze kijkt triest naar buiten. Ik neem haar mee naar buiten. Een lekkere lange wandeling zal ons goed doen. We lopen een eind. Ik geniet. Maar na een tijdje voel ik mijn hoofd zwaarder worden. Ik zit weer in mijn hoofd. Zware gedachten. Wat als.. gedachten over allemaal dingen waar ik helemaal niets mee kan. Maar het blijft malen. Ik geniet niet meer. Alles voelt weer zwaar.

Ik voel een golf van verdriet door me heen. Maar ik slik het weg. Loop stug door en probeer te genieten. Maar het lukt niet meer. Ik baal en ben boos op mezelf. Dit wilde ik toch? Waarom geniet ik dan niet? Waarom loop ik dan te zeuren over honden haren. Ik voel dat ik moet huilen. Ik slik het weg.

Ineens sta ik stil. Precies dit. Precies dit is wat ik altijd doe. Ik slik het weg. Ik moet het meteen leuk vinden allemaal. Meteen blij zijn. Haar meteen lief vinden. Van haar accepteer ik wel dat ze moet wennen. Dat ze niet meteen buiten plast. Dat ze niet meteen blij doet. Ik snap het helemaal. Geef haar alle ruimte om te wennen aan de situatie. Maar ik?? Ik moet het meteen allemaal maar leuk vinden. Ik moet meteen van haar houden. Ik moet ik moet ik moet…

Ik begin te huilen. Laat het gevoel toe. Ik sta er bij stil en ben gewoon even verdrietig.. ik vind veranderingen moeilijk. Maar wie niet? Op mijn werk vind ik veranderingen helemaal niet erg. Daar pak ik wel gevoelens op en kijk ernaar en geef ze een plek. Waarom thuis dan niet?

Omdat ik thuis geen ruimte inneem voor mezelf. Daarom voel ik me thuis( waar mijn thuis dan ook was) niet rustig. Wil ik altijd het liefst weg. Naar buiten. Vooral niet thuis zijn.. in plaats van naar mijn gevoel te kijken door ruimte voor mezelf in te nemen liep ik er voor weg. Totdat ik steeds harder en harder ging rennen.

Ik voel me al vrij snel opgelucht. De tranen drogen op. En we lopen samen verder. Ik accepteer eindelijk dat veranderingen soms gewoon moeilijk zijn. Dat iedereen tijd nodig heeft om te wennen. Ik accepteer het en ik voel me daardoor veel rustiger.

We lopen naar huis. Thuis wil ze de tuin in. Daar gaat ze gelijk plassen. En poepen. Ik begrijp haar. Dit is veiliger dan de buiten wereld. Ze voelt dat dit bekender is dan buiten de poort.

Ze loopt steeds naar de poort toe. Ik ben bang dat ze eronder door gaat. Ik zet een pallet ervoor. Ze loopt er weer heen en wil achter de pallet. Coosje nee. Niet doen. Maar ze blijft het proberen..

Ze snapt niet wat ik van haar wil. Ik vermijd het maar daar leert ze niets van. Ze wil gewoon buiten die deur. Ze snapt niet dat ze er niet uit mag. Ik ga naar haar toe als ze weer haar kop onder de deur wil steken. Ik maak een geluid Ze kijkt op. Ik zeg niks maar denk gewoon van binnen, niet eronder door gaan. Ze gaat na een tijdje zitten. Beetje om zich heen kijken. Ik wacht. Zodra ik nu weg loop zal ze het weer proberen. Ik wacht net zo lang tot ze ontspant. Ik aai haar. Goed zo. Ze loopt met me mee naar binnen. Maar blijft keurig wachten bij de deur. Ze snapt het.

Ik heb de situatie niet vermeden maar juist haar geleerd wat ik van haar verwacht. Net zoals ik nu mezelf met mijn neus op situaties druk. Ik loop er niet meer voor weg. Ik daag mezelf uit. Geef het aandacht. Zodat ik er van leer. Zodat ik er niet meer voor wegloop. Anders leer ik er niks van. Dan blijf ik het doen en wil ik steeds meer vluchten en vluchten..

Coosje gaat liggen in haar mand. Ze ontspant. Dochter zit bij haar. Aait haar rustig. Heeft geduld. Ze ontspant. Gaat rustig liggen en valt in slaap. We kijken naar haar. Ik voel een stroom van liefde door me heen gaan. Voor Coosje.

Ik heb geaccepteerd. Ik heb mijn neus op de feiten gedrukt. Gevoelens op laten komen. Ernaar gekeken. Het laten gebeuren. En direct veranderd er iets van binnen. En hoef ik geen moeite meer te doen om van haar te houden. Het gebeurd gewoon. Helemaal vanzelf. Dat is de natuur.