Overpeinzingen

De zon schijnt in mijn gezicht. Kopje thee in mijn hand. Ik hoor de vogels fluiten. Een hele lege dag ligt voor me. Ik ga lekker werken in de tuin. Mijn tuin is steeds leger geworden. Het meeste heb ik eruit gehaald. Een paar dingen laat ik staan. Er groeien nieuwe blaadjes aan de takken. Ik kijk ernaar. Blaadje voor blaadje groeit het. Door de zon zal het nog wat sneller gaan.

Ik voel dat dit precies is wat met mij gebeurd. Ook ik heb veel weggeruimd. Alleen de dingen waar ik mee verder wil laat ik zitten. Die komen langzaam steeds meer tot bloei. Er is veel ruimte. Ruimte voor nieuwe dingen. De angst is weg. Angst achtervolgde mij overal. Angst voor van alles. Deze angst nam zoveel plaats in.

In plaats van me om te draaien en ernaar te kijken ging ik steeds harder rennen. Ik raakte uitgeput. Nu heb ik me omgedraaid. Ik kijk ernaar. Waar komt de angst vandaan? Wat is het wat mij angstig maakt? En hoe meer ik kijk hoe meer ik zie. Ik pak het op. Ik geef het liefde en aandacht. Langzaam verdwijnt het naar de achtergrond. Komt er ruimte voor andere dingen. Rust , bezinning, liefde voor mezelf. Voor wie ik ben. Met al mijn goede en minder goede kanten. Ik begin eindelijk te houden van mezelf. Ik ben gewoon blij met wie ik ben. Ik voel me gelukkig. Het stroomt door mijn lichaam heen. Het verwarmt me.

Dit is wat het is. Niets meer en niets minder. Hoe eenvoudig kan het zijn en toch zo moeilijk. Angst om alleen te zijn is angst om naar jezelf te kijken. Ik heb de tijd genomen. Mezelf omgedraaid en het over me heen laten komen. Ben er in gaan zitten als in het oog van de storm. En net als de storm zwelt het aan , blaast het je van links naar rechts. Maar het blijft nooit eeuwig duren. Het komt en gaat. Maar als je in de storm gaat staan en je laat het gebeuren je zet je voeten op de grond, Je doet je armen in de lucht. Kom maar met die storm. Ik hou ervan. Dan pas leef ik! De wind blaast in mijn oren, in mijn hoofd.

In plaats van bang te zijn heb ik gelachen. De wind laten waaien. En het voelt Zo goed! Ik voel! Ik leef! Kom maar op. Ik kan het aan. En de wind werd minder. De zon kwam ervoor in de plaats. Die mij verwarmt en geluk brengt. Weer is veranderlijk. Ik kan er niks aan doen. Ik kan er boos op zijn, mezelf verstoppen, ervoor wegrennen, maar het veranderd niet. Ik kan er ook naar kijken en het over me heen laten komen. Er het beste van maken, net als bij alle dingen in het leven komt zon komt altijd terug. Zoals mijn beste vriend ooit tegen me zei; je voelt tenminste dat je leeft. En ja, dat voel ik!