Trots

Dan ben je zo aan het genieten. Wat waren dat 2 ontzettend fijne dagen. Veel geleerd van elkaar. Veel lol gehad. En gewoon zo ontzettend aan het genieten van het feit dat ik 2 dagen heb volgehouden. Ik voelde me goed gewoon. Dat deed me weer beseffen dat er eigenlijk niks aan de hand is met mij. Ik heb geen ziekte ofzo. Het zit gewoon echt in het feit dat je jezelf gek maakt. Je niet luistert naar je gevoel. Jezelf niet genoeg bent. Maar deze 2 dagen was ik wel mezelf. Ik kon het gewoon. Geen stress. Geen druk. Heerlijk. Wat voelt dit fijn.

En dan zit je aan het ontbijt op de laatste ochtend. Dan krijg je een appje en direct voel je weer de angst. De druk. Je voelt het van binnen. Krijg geen hap door mijn keel. Het was geen bijzonder appje. Maar mijn stemmetje in mijn hoofd maakte er van alles van. En dan vooral erge dingen. Hele erge dingen. Niemand zei dat tegen mij. Er was niets in dat berichtje dat zei dat het erg was. Maar mijn stemmetje maakte er het ergste van het ergste van. Het borrelt. Ik voel de tranen omhoog komen. Ik denk nee he. Het ging zo goed. Nu ga ik naar huis en het begint direct weer. Ik voelde me verslagen.

Tot ik ineens het zag. Ik dacht jij bent het die je gek maakt. Jouw gedachten. Niemand die iets zegt. Maar ik maak er een heel verhaal van. Het klopt niet. Ik wil dit niet. Ik praat erover met Mn vriendin. Ik zeg tegen mezelf dat er nergens iets ergs staat. Niks. Dus maak er geen groot ding van. Het gevoel ebt een beetje weg. Maar toch knaagt er nog iets. Maar ik ben trots. Ik ben me bewust. Dat is belangrijk! Dat ik snap waar het deze keer mis gaat. Dat ik ingrijp voordat ik alweer op level 10 zit. Dat ik begrijp wat er gebeurd en ik mezelf tot de orde kan roepen. Helemaal weg is het niet. Maar ik heb het onder controle.

We lopen naar de boot. Harde storm. Regen. Het is best een eindje. Zware tassen. Maar ik wil lopen. En als in een trance begin ik voor me uit te staren. Ik staat naar een punt voor mij. Ik loop. Harde wind giert tegen mijn hoofd. Het doet bijna pijn. Maar ik ga door. En ik kijk naar dat punt. En ik zeg tegen mezelf. Je kunt dit. Je bent een topper. Wees trots op jezelf. Je kan het echt. En ik herhaal en herhaal het. De tas voel ik amper nog op mijn schouder. Ik loop en loop en blijf het herhalen. Na 10 min lopen wil ik het wel uitschreeuwen. Ik kan dit. Ik kan het!! Ik neem de tas van Mn vriendin er nog bij. En loop door. We waaien bijna het water in. Maar ik laat me niet weerhouden. Ik sta stevig. Ik roep naar haar en zeg jij kan het. Ik kan het. We zijn er bijna. Alle spanning ebt weg uit mijn lichaam. Ik voel me zo goed. Ik kan het echt. Dit is het. Ik begrijp het nu. Ik ontspan. De gedachtes zijn weg. Het gevoel is weg. Ik voel me super. Ik voel vertrouwen. Vertrouwen dat het goed komt. Dat alles oké is. Dat er niks aan de hand is.

Op de boot stuur ik mijn positieve gedachtes naar degene die het nodig heeft. Ik zeg haar dat ze het ook kan. Dat ze fantastisch is. Dat ze sterk is.

We gaan zitten. Uitgeput. Ik blijf het herhalen in mijn hoofd naar de persoon toe. En telkens als toch ergens ver weg dat stemmetje wil terug komen, stuur ik het lachend weg. Ik heb jou niet nodig. Wij kunnen dit allebei.

Ik krijg een berichtje. Na uren te hebben gewacht hierop. Na me eerst al over van alles zorgen te hebben gemaakt. Ik weet dat het goed is. Niks aan de hand. Dit wilde ik even horen. Maar ik wist het al. Ik voelde het al. Dit bevestigt het alleen maar.

Ik ben trots. Heel trots op mezelf. Ik kan dit. Dit is hoe ik het ga doen. Ik begrijp het nu. Hiermee kan ik verder. Ik zal nog veel dingen moeten leren. Gedachtes herkennen en omzetten tijdens bewegen. Dat werkt. Ik voel het. Het is zo. Dat stuk heb je nodig. Niet alleen het eerste stuk aanpakken. Niet alleen bewust wording en gedachtes omzetten. Maar ook de beweging om het kracht bij te zetten. Om het af te maken. Om het echt in je hoofd te prenten. Anders werkt het niet genoeg.

Morgen gesprek waar ik tegenop zie. Ik ga het weer zo aan pakken. Ik ga ernaartoe lopen. Best een eindje. Ik ga onderweg mijn mantra’s opzeggen. Ik ga het stemmetje weg sturen. Ik ga zorgen dat ik krachtig ben. Uit gevoel kan praten. Weten wat ik moet doen. Het komt goed. Nu komt de tijd om mezelf krachtig te maken. Om dingen aan te pakken. Ik ben er klaar voor!